Algemeen
De weelderigste landschappen van Afrika liggen waarschijnlijk niet in Senegal, maar je vindt er onvergetelijke plaatsen en je ontdekt er een volkomen vreemde omgeving. De talrijke natuurparken, waar het krioelt van allerlei soorten vogels en grote zoogdieren, of de aangename stranden omzoomd met een weelderige en gevarieerde plantengroei hebben alles om de reiziger te charmeren.
Een van de belangrijkste troeven van dit aantrekkelijke land is de vrolijke, openhartige en gastvrije bevolking. Het woord terenga (Wolof voor 'gastvrijheid') is er geen loos begrip.
Toch geeft Senegal zijn geheimen slechts prijs aan wie echt weet te communiceren. Het kolonialisme mag dan onuitwisbare sporen hebben nagelaten, zoals de Franse cultuur en taal, het is niet omdat je die taal spreekt dat je automatisch de boodschap begrijpt. Je kunt er immers niet omheen dat sinds de onafhankelijkheid 40 jaar zijn verstreken en dat in de Senegalese mentaliteit de eigen economiche belangen, de perceptie van een wereld bestaande uit centrumstraten en satellieten, de gehechtheid aan de regels van de traditie en, ten slotte, de versterking van de islam een belangrijke plaats innemen.

Identiteitskaart
Bevolking: +/- 10.000.000 inwoners
Oppervlakte: 196.200 km
Hoofdstad: Dakar
Talen: Frans (officiële taal), Wolof, Peul, Sérer, Diola,...
Munteenheid: CFA-franc (1.000 F.CFA = 1,50 euro)
Gegarandeerd minimumloon: ongeveer 40.000 F.CFA (60 euro). Geldt natuurlijk enkel voor wie een loon ontvangt; het aantal werklozen is immers aanzienlijk.
Staatsvorm: Republiek
Staatshoofd: Abdoulaye Wade (sinds maart 2000)
Erfgoed van de Mensheid (Unesco): Ile de Gorée, Ile de Saint Louis, Parc National des Oiseaux du Djoudj, Parc National du Niokolo Koba.

Bevolking
Etnieën
Behalve een geografisch kruispunt is Senegal een kruispunt van volkeren, religies en tradities vanwege de ononderbroken migraties van soldaten, seizoenarbeiders, rondtrekkende veehouders enz. De Senegalese republiek is dan ook een bonte verzameling van etnieën, die grotendeels vermengd zijn, maar toch elk hun eigenheid hebben weten te behouden.
Wolof
Vanuit demografisch standpunt bekeken de belangrijkste etnie in Senegal: ongeveer 40% van de bevolking. De Wolof hebben ook de grootste invloed op het socio-economische en culturele vlak. Tenslotte is het Wolof de eerste of tweede taal van meer dan 80% van de Senegalezen.
De Wolof zijn voornamelijk ambtenaren of handelaars (of beide!) en leven in de grote stedelijke zones. Het gebied waar ze oorspronkelijk woonden, strekt zich uit van de streek rond Saint Louis tot ten zuiden van Dakar, langs de lijn Thies, Diourbel, Touba. Maar er leven ook Wolof in de Sine Saloum rond Fatick en Kaolack, een voormalige grote uitvoerhaven van aardnoten. Hun woongebied is in feite de streek waar pinda's en gierst worden geteeld, de specialiteit van de Wolof.

De Lébou
Vewant met de Wolof; eigenlijk opstandige Wolof van Cayor die genoeg hadden van hun tirannieke vorst en aan het begin van de 19e eeuw hun eigen weg gingen. Ze hebben zich op het schiereiland van Cap Vert gevestigd en behoren voor het merendeel tot de Layène-broederschap, die in een van de baaien in het westen van het schiereiland, tussen Dakar en de Pointe des Almadies, een vrij mooie moskee heeft.
Ze hebben zich in een gerontocratie georganiseerd (macht en kennis in handen van de oudsten), en de sociale structuren functioneren volgens democratische principes, in tegenstelling tot bij de Wolof. Ze leven van landbouw en zijn bovendien steengoede vissers; hun vermetelheid op zee is vermaard. Hun ranke bootjes, die nog altijd uit de stam van de kapokbomen worden gekapt, kun je herkennen aan de twee lange hoorns, die de bemanning tegen het noodlot moeten beschermen. Lébou die in de steden wonen hebben meestal intellectuele beroepen.
De Sérèr
Dit volk leeft hoofdzakelijk aan de Petite Côte en aan de kust van de Sine Saloum, maar je vindt hen ook in de streek van Thies. Ze zijn verwant met de Toucouleur en de Peul (ze spreken dezelfde taal, het Pular), maar rond de 12e eeuw trokken ze uit het gebied van e rivier weg om aan de oprukkende islam te ontsnappen.
Op religieus vlak worden ze beschouwd als animitische Christenen die zich geleidelijk aan tot de islam bekeren. Fetisjen zijn in hun leven heel belangrijk: onder de bomen in hun woonplaats worden talloze offeranden gelegd. De Sérèr zijn dol op feesten: begrafenissen, besnijdingen, arbeid op de akkers,...
Hebben de reputatie uitstekende telers van gierst, pinda's en rijst te zijn. Een deel van hen, de Niominko komen aan de kost als vissers of als zoutwinners.
Hoewel hun samenleving net als bij de Wolof door een hiërarchische, feodale structuur gekenmerkt wordt, gaat het er toch iets losser aan toe en zijn de grenzen tussen de kasten minder strikt. Maar het duurde minstens tot de onafhankelijkheid van het land vooraleer die hiërarchie begon te vervagen.
De Mandigo
Een van de belangrijkste bevolkingsgroepen, die over heel West-Afrika verspreid is. Mandigo is de verzamelnaam voor verschillende verwante etnieën, zoals de Bambara, de Sossé en de Malinké. In Senegal (en Gambia) wonen vooral Malinké, met name in heel het gebied van Tambacounda, in het Oosten van Senegal. De Sossé hebben zich vermengd met de Sérèr toen ze zich in de Siné Saloum kwamen vestigen.
De Mandingo, die van de vallei van de Niger afkomstig zijn en vurige moslims zijn, veroverden eerst de oostelijke Casamance en trokken dan meer naar het westen, waar de Diola zich met hand en tand verdedigden. Door hun veroveringsoorlogen en later hun medewerking aan de Franse administratie, konden de Mandingo een belangrijke rol spelen in de verspreiding van de islam. Vroeger speelden de mannen krijgertje en dreven ze handel, terwijl de vrouwen in het levensonderhoud voorzagen en de slaven de rest van het werk deden.
Met de komst van de kolonisten zijn de krijgers telers geworden (vooral van pinda's) en is de slavernij verdwenen. De vrouwen hebben de huishoudelijke taken op zich moeten nemen, terwijl ze bovendien het werk op de rijstvelden voortzetten. Hoewel de taken over de twee geslachten en de verschillende leeftijdsklassen worden verdeeld, moeten de Mandingo vrouwen zich met een minderwaardige positie tevreden stellen. De vrouwen trekken trouwens in de hele Senegalese samenleving aan het korste eind. In feite is de samenleving erg hiërarchisch en hebben vrouwen en kinderen niets te zeggen.
Economie
Senegal is een land dat overvloeit van de rijkdommen, die echter niet altijd even goed worden aangewend. Hoewel de groei niet onbeduidend is (ongeveer 5% in de voorbije jaren), profiteert de Senegalese bevolking daar slechts in geringe mate van. De armoede houdt inderdaad aan en de sociale indicatoren zijn die van een zogenaamd ontwikkelingsland. Daar zijn verschillende redenen voor. Senegal blijft een landbouwland: meer dan driekwart van de actieve bevolking is in de primaire sector werkzaam (landbouw en visserij). En dan houden we zelfs geen rekening met al die vrouwen die op de akkers werken. Toch is de landbouw slechts verantwoordelijk voor 20% van het bbp. Senegal produceert hoegenaamd niet voldoende om de eigen bevolking te voeden: het rendement is erg laag, kennis over machines en meststoffen ontbreekt en de meeste bedrijfjes bestaan uit niet meer dan enkele lapjes grond die uitsluitend dienen om de familie te voeden. Twee derde van het jaarlijks verbruik van rijst (de basis van de Senegalese voeding) moet worden geïmporteerd.
Het grootste deel van de inkomsten is afkomstig van de visserij, de teelt van aardnoten en de fosfaatmijnen. Landbouw- en visproducten maken trouwens bijna 30% van de uitvoer uit.

Toerisme is een belangrijke bron van inkomsten, maar het geld dat de 350.000 à 500.000 toeristen jaarlijks binnenbrengen, komt meer ten goede aan de reisbureaus en de structuren die door de toubab (blanken) worden beheerd dan aan de bevolking. De onmiskenbare dynamiek in de industriële sector wordt door de veelvuldige stroomstoringen gefnuikt. De groei in deze sector situeert zich vooral in de bouw en de openbare werken en vindt zijn oorsprong in de ongebreidelde verstedelijking in de streken van Dakar en Saint Louis. De tertiaire sector presteert nog het beste, dankzij de snelle vooruitgang in de telecommunicatie- en informaticatechnologieën. Maar ook hier, hoewel de omzet 60% van het bbp bedraagt, werkt slechts 15% van de actieve bevolking in deze sector.
Het IMF heeft een beleid van grootschalige privatiseringen opgelegd, vooral van nutsbedrijven als Sonees (Nationale waterleidingsmaatschappij), Sonatel (Nationale telefoonmaatschappij), Sénélec (Nationale electriciteitsmaatschappij) en Sonacos (staatsbedrijf dat producten op basis van aardnoten maakt). 's Lands financiën lijden onder de hoge olieprijs en de grote kost van de rijstinvoer (800.000 ton per jaar). De staatsschuld bedraagt 2.700.000.000 F.CFA of bijna 4 miljard euro. Hoewel dat een van de laagste schuldgraden van West-Afrika is, vormt het nog altijd een enorm bedrag: het equivalent van 3 jaar uitvoer. De Overheid wil de economische activiteit aanzwengelen door buitenlandse investeerders aan te trekken. Daarvoor moet zowel de administratieve rompslomp worden verminderd als een zekere transparantie in geldzaken worden gecreëerd.
Want volgens president Wade is de strijd tegen de corruptie de belangrijkste uitdaging voor de Senegalese samenleving. Geen enkel land is vrij van corruptie maar in Senegal vormt het een chronische kwaal die alle niveaus van de maatschappij heeft aangetast: verduistering van immense bedragen bij de post, de loterij en de staatskas, beambten die hun handen niet uit de kas kunnen houden enzovoort.
Die mentaliteit moet veranderen, want de gevolgen van corruptie zijn enorm. Maar niemand toont zich gewillig wanneer het erom gaat een systeem af te schaffen waar iedereen van profiteert. 'Burgerzin bestaat hier niet', hoor je wel eens zeggen.
Keuken
In Senegal heb je keuze te over om je buikje te vullen. Dat gaat van de dibterie, waar je in hoofdzaak gegrild schapenvlees op de kaart vindt (heel goedkoop en veel), tot gastronomisch restaurants (meestal Europese en vooral te vinden in de belangrijkste steden of toeristische plaatsen), via Senegalese en internationale restaurantjes: Libanese (voor de shoarma als broodje of gerecht, de falafel en andere spotgoedkope specialiteiten), Frans-Senegalese, Italiaanse, Aziatische,...
Aangezien de islam de meest verspreide godsdienst in Senegal is, wordt de verkoop van wijn soms afgekeurd. Het plaatselijke bier daarentegen vind je op vrij veel plaatsen.
Enkele Senegalese specialiteiten:
- Tiéboudienne: nationaal gerecht dat soms riz au poisson (rijst met vis) wordt genoemd en met groenten geserveerd.
- Yassa met vis: thiof, of hardervis, die met flink wat gesneden ui, rode pepertjes, zout en peper in citroensap wordt gemarineerd.
Daarna wordt de vis gegrild en vervolgens in de marinade gestoofd (een lichtjes zure smaak). Wordt met rijst opgediend.
- Yassa met kip: zelfde principe als yassa met vis, steeds geserveerd met rijst.
- Maffé met pindanootjes: rundvlees of kip met pindanootjes, tomaten en rijst (of niebé, de plaatselijke boontjes).
- Thiou met garnalen: garnalen in tomatensaus, met rijst natuurlijk.
- Visbeignets, gierstballetjes: die vind je overal. Voor een snelle hap.
- Lakh: een pap van gierst en gestremde melk die ter gelegenheid van de Korité, het groot feest dat de ramadan afsluit, gegeten wordt.
- Ngalakl: een mengsel van aardnotenpasta, apenbrood en gierst.
- Gevulde vis à la saint-louisienne: een hardervis wordt van de schubben ontdaan en het vlees wordt eruit gehaald, zodat enkel de
kop en het vel overblijft. Het visvlees wordt gehakt en vermengd met broodkruim, peper, rode pepers, look, ui en peterselie. De vis
wordt met dit mengsel gevuld en dichtgenaaid. Daarna gaat hij de oven in of wordt hij in een kruidige bouillon gekookt.
Media
Hoewel president Abdoulaye Wade sinds kort de plaatselijke en internationale media strenger aanpakt, blijft Senegal een van de Afrikaanse landen waar de persvrijheid het meest gerespecteerd wordt. Behalve in de Casamance, waar de werkomstandigheden moeilijk zijn, kunnen Senegalese journalisten vrijelijk berichten over om het even welk onderwerp. Sommige kranten maken schaamteloos misbruik van die vrijheid om hun oplage te verhogen.
Radio
De private radio's van Senegal hebben hun sporen verdiend tijdens de presidentsverkiezingen in 2000, toen de hele wereld getuige was van de kwaliteit van hun werk en hun rol in het voorkomen van electorale fraude. De radiostations maakten namelijk de voorlopige resultaten bekend naarmate de verwerking van de gegevens in de stembureaus vorderde. Dat leidde tot een toename van het aantal luisteraars en tot de opkomst van tal van kleine private radiostations met een lokaal of nationaal zendbereik.
Televisie
De nationale zender RTS (Radio-télévision sénégalaise) heeft een monopolie. Desondanks kun je meerdere buitenlandse satellietomroepen ontvangen als je je abonneert bij een van de twee programmaverdelers die momenteel in het land actief zijn.
Kranten
De Senegalezen hebben de keuze uit een vijftiental dagbladen en ten minste tien week- of maandbladen. De pulpbladen hebben de laatste jaren een opmerkelijke groei gekend, er verschenen meerdere bladen die uitsluitend over faits divers of de grootste zedenmisdrijven berichten, en die er soms niet voor terugdeinzen gewoonweg verhaaltjes te verzinnen. De beroepsorganisaties en de overheid veroordelen unisono die flagrante schendingen van de beroepsethiek. Maar zulke kranten verkopen goed en doen de algemenee bladen zware concurrentie aan. Plaatselijke waarnemers menen dat een deel van het kiezerskorps de politieke berichtgeving beu is.
Persvrijheid
Journalisten die in de Casamance opereren -een streek in het zuiden waar sinds de jaren '80 een strijdende onafhankelijkheidsbeweging actief is- moeten in moeilijke omstandigheden werken. Enerzijds staan ze bloot aan de dreigementen van de rebellen, anderzijds worden ze in het oog gehouden door de overheid, die nauw toeziet op alles wat deze streek aangaat. De journalisten moeten, uit schrik voor vergeldingsmaatregelen, voortdurend opletten om niemand voor het hoofd te stoten. En dus komt zelfcensuur veel voor. In 2003 werd een medewerkster van een Frans radiostation het land uit gezet, een illustratie dat het probleem van de Casamance heel gevoelig ligt.
Meer info? www.rsf.org (Reporters zonder grenzen)
Mensenrechten
De streek van de Casamance is nog steeds niet helemaal veilig en de belangen van sommige gewapende groepen hebben niet altijd een politiek karakter. Ook in 2003 werden nog jungledorpen geplunderd en in afgelegen gebieden, ver van de belangrijkste verkeersaders, openbare vervoermiddelen aangevallen. Het Senegalese leger laat zich evenmin onbetuigd: dit jaar werden talrijke burgers het slachtoffer van geweldplegingen en werden tijdens militaire operaties mensen vermoord. Ondanks de vele beloften heeft de regering nog steeds geen onderzoek naar de schendingen van de mensenrechten in de streek ingesteld.
De onlusten in de Casamance even niet meegerekend, wordt Senegal beschouwd als een van de landen waar de laatste jaren de meeste democratische hervormingen zijn doorgevoerd. De strijd tegen de vrouwenbesnijdenis is ongetwijfeld een van de paradepaardjes van de democratische krachten in Senegal. Die praktijk is door de Senegalese strafwet verboden, desondanks wordt hij nog steeds uitgevoerd en blijft hij nog steeds uitgevoerd en blijft hij traditie bij sommige bevolkingsgroepen die hem als een teken van de 'vrouwelijke deugdzaamheid' beschouwen. De emancipatiebeweging in Senegal wordt echter steeds sterker en duizenden vrouwen uit meer dan 800 dorpen hebben zich ertoe verbonden geen besnijdenis meer uit te voeren. Die beweging breidt zich trouwens als een olievlek naar vele andere Afrikaanse landen uit. Maar in Senegal zijn ook reactionaire krachten werkzaam. Talrijke verenigingen en religieuze groeperingen - diezelfde trouwens die zich tegen de wet op de vrouwenbesnijdenis verzetten- hebben in april 2003 gevraagd om in het hele land islamitische rechtbanken op te richten. Sommige van die verenigingen, die zich in een overkoepelend orgaan verenigd hebben, hebben veel invloed en hun eisen mogen niet licht worden opgevat.
Ten slotte mag de verbetering op het democratische vlak ons niet doen vergeten dat de economische en sociale rechten in dit land steeds meer met voeten worden getreden: 40% van de bevolking leeft in armoede. Senegal wordt nog altijd tot de minst ontwikkelde landen gerekend.
Meer info? www.amnesty.be (Amnesty International) of www.hrw.org (Human Rights Watch)
Klimaat en geografie
Klimaat
Senegal en Gambia liggen in het intertropische front: het is er altijd warm, met een uitzonderlijk aantal uren zonneschijn.
Er zijn twee seizoenen:
- Het droge seizoen (van oktober tot juni): er valt nauwelijks een druppel, maar van december tot februari raast de harmattan over het land, een koele en erg droge zandwind die vooral het landschap in het noorden van Senegal met stof bedekt.
- Het regenseizoen (van juli tot september), dat hier hivernage heet: tornado's en stortbuien maken verplaatsingen soms moeilijk. De nationale parken van Djoudj en Niokolo Koba zijn gesloten. Ook sommige hotels, vooral in de Casamance, sluiten de deuren en de werknemers gaan hun familie helpen bij het werk op het land. In die periode zijn er dan ook minder toeristen...en minder stof. Maar wie
regen zegt, zegt stilstaand water, zegt muggen....en dus malaria/ Eigenlijk regent het niet zoveel, maar het beetje water dat valt, is voldoende voor een weelderige plantengroei. Aan de baobabs verschijnen groene pompoms, de velden veranderen in weiden -tot grote tevredenheid van het vee en de geiten, die nu niet langer brutaalweg het verkeer belemmeren- de boomgaarden en de moestuinen leveren bij karrenvrachten vruchten en groenten, op de markten is het een drukte van jewelste. De wintertijd in de streek van Saint Louis is zacht en aangenaam.
Geografie
- Verschillende geografische streken delen Senegal en Gambia op: de Sahel in het noorden (het gebied van de Senegalstroom), halfwoestijn in het Ferlogebied, de boomrijke savanne in het Soedangebied in het centrum en een subtropisch gebied (vochtig) in het zuiden (Gambia en Casamance), waar je dichte wouden aantreft. De Gambiastroom vormt de grens tussen het Sudangebied en het subtropische gebied.
- Het reliëf kent geen grote verschillen: van de grens met Mauritanië tot Gambia ligt een immense zandvlakte in de vorm van een kalebas (wel niet zo hol!) waarvan de oostelijke rand, begrensd door de steden Podor, Matam en Bekel, duidelijk hoger ligt.
De bedding van de Senegal ligt hier tientallen meter dieper. In het zuid-oosten worden de heuvels (hoogste punt 580m) talrijker naarmate je Fouta Djalon (in Guinee) nadert. In het westen vind je enkel steile hellingen, met name bij Cap Skirring, ten noorden van de Petite Côte (Popenguine, Toubab Dialao) en aan de Grande Côte tussen het Roze Meer en Mboro: deze streek heet Les Nyayes, een duinengordel waarin hier en daar opgedroogde meren liggen; op de bewerkte bodems van die meren vind je tegenwoordig weelderige boomgaarden.